Oorsprong en geschiedenis
De Shiba Inu behoort tot de oudste en kleinste Japanse rassen en wordt tot de spitsen gerekend. In Japan ontwikkelt hij zich al enkele duizenden jaren aan de zijde van de mens, en door de ontoegankelijkheid van het eilandenrijk het grootste deel van die tijd zonder bijmenging van ander bloed. In 1934 werd de Shiba Inu uitgeroepen tot een van de Japanse nationale schatten. Hij is eerder geschikt voor een eigenaar met ervaring in de opvoeding en training van honden. Hij bewaakt zijn territorium zeer goed en is tegenover al het onbekende erg wantrouwig en waakzaam. Voor een probleemloos leven van deze hond in het gezin en de ruime omgeving is een zeer zorgvuldige socialisatie en opvoeding op puppyleeftijd noodzakelijk. Aan andere gezinsleden, menselijk en dierlijk, went hij beter op puppyleeftijd dan als volwassene. Kinderen die zich goed gedragen, respecteert de Shiba Inu; doet iemand hem pijn, dan onthoudt hij dat en kan het hun relatie lang tekenen.
Karakter
De Shiba Inu is een eigenzinnige, zelfstandige hond die zich niet graag aanpast. Hij houdt van zijn baasje, maar gehoorzaamt niet altijd diens commando's. Zijn onafhankelijke karakter brengt hem vaak ver van zijn baasje; uiterlijke prikkels kunnen de Shiba gemakkelijk tot een ontsnapping verleiden. Ze zijn moedig en kunnen hun baasje indien nodig stevig verdedigen. Voor Japanners zijn het juiste karakter en de persoonlijkheid van de Shiba veel belangrijker dan de lichaamsverhoudingen en het uiterlijk. Japanners karakteriseren de persoonlijkheid van de Shiba met drie begrippen: KAN-I (onbevreesdheid, geestkracht, moed, harmonie, zelfvertrouwen), RYOSEI (trouw, vreedzaamheid, goede handelbaarheid) en SOBOKU (spontaniteit, levendigheid, natuurlijkheid).
Voor wie is dit ras geschikt?
Voor tolerante, rustige mensen die een lieve en vrolijke metgezel willen en bereid zijn de grote individualiteit en zelfstandigheid van hun hond te aanvaarden. Met zo'n menselijke partner is de Shiba tevreden, aangenaam en schattig. Een nerveus, luidruchtig en heerszuchtig persoon zou geen Shiba mogen hebben; ze zouden elkaar niet begrijpen en beiden ongelukkig zijn. In tegenstelling tot andere rassen blijft de Shiba op wandelingen niet bij zijn baasje, dus houd vooral in een prikkelrijke omgeving rekening met een mogelijke ontsnapping. Dat is een gevolg van zijn goed ontwikkelde jachtinstinct. Hij jaagt ook graag op kleine knaagdieren en mollen, en graaft daarom vaak in de grond — onaangenaam voor eigenaars van siertuinen. In open landschap betekent een wandeling met de Shiba eigenlijk tijd alleen doorbrengen: hij verwijdert zich meestal al snel en keert pas na langere tijd terug. Dat kan gevaarlijk zijn als een jager hem in het bos voor een vos aanziet.
Algemene informatie
De Japanse NIPPO-standaard vereist bij beide geslachten evenwichtige verhoudingen en goed ontwikkelde spieren. Het lichaamskader (de verhouding van schofthoogte tot lichaamslengte) moet bij reuen 10:11 zijn, dus bijna vierkant; een teef mag een iets langere rug hebben. Het is erg belangrijk dat de reu een duidelijk mannelijke en de teef een vrouwelijke uitdrukking heeft. Essentieel is ook de algehele harmonie van het lichaam. Het oog van de Shiba is driehoekig, meer geopend aan de binnenste ooghoeken en smaller aan de buitenste; kleine ogen genieten de voorkeur. De kop is een zeer belangrijk onderdeel, want de gezichtsuitdrukking weerspiegelt karakter en temperament. De Shiba zou een vrij sterk skelet van de ledematen en goed ontwikkelde spieren moeten hebben. De romp bestaat uit een volumineuze borstkas, sterke lendenen en een breed kruis. De staart is gekruld of sabelvormig. De vacht heeft een zachte, dichte ondervacht; de dekharen zijn recht en hard, op de staart langer dan elders. Er zijn meerdere kleurvariaties — sesam, rode sesam en zwarte sesam. Elke Shiba moet een uitgesproken "urajiro" hebben: zeer lichte beharing aan de zijkanten van de snuit, de keel, borst, buik en de onderzijde van staart en poten.
Opvoeding en training
Het grootste probleem dat met opvoeding en training moet worden aangepakt, is hun individualiteit. Zijn pups bij de fokker niet gewend aan lichamelijk contact met de mens, dan zal later hun natuurlijke afkeer van vreemde individuen overheersen. De pup zal zijn nieuwe baasje niet vrezen, maar zeer consequent aaien vermijden en zich slechts erg onwillig laten aanlijnen. Daarom is het bij dit ras erg belangrijk de ouders te kennen en de omgeving waaruit de pup komt. Een ideaal karakter is een zeer belangrijk aspect bij de inzet van een hond in de fok. Wie een pup zonder stamboom koopt, riskeert dat een van de ouders juist om zijn problematische — meestal erfelijke — karakter uit de fok is geweerd. De opvoeding van de Shiba is een compromis tussen wat wij willen dat de hond doet en wat hij binnen zijn eigen ideeën bereid is te doen. Alles wat de Shiba doet, is gericht op zijn eigen voordeel; gehoorzaamt hij zijn baasje, dan is dat alleen om onnodige problemen te vermijden. Is hij er echter van overtuigd dat wat hij doet juist is, dan schrikt geen enkel vermaan of straf hem af. Hij wil altijd en in alles de eerste en belangrijkste zijn. Hij verdraagt geen andere honden, ook geen soortgenoten. De persoonlijkheid van de Shiba vraagt een ervaren eigenaar, of iemand die tijdig de hulp van een trainer kan inroepen. Socialisatie, opvoeding en training moeten van jongs af aan gebeuren, zonder enig belangrijk aspect te verwaarlozen. De eigenaar moet volhardend, onbuigzaam en geduldig zijn met het herhalen en blijven oefenen van commando's. De meest geschikte trainingsbeloning is gedroogd vlees, idealiter Yoggies Gedroogd rundvlees of Yoggies kalkoen-trainingssnacks. Ook de geliefde gevriesdroogde snacks van Yoggies kunnen worden afgewisseld.
Veelvoorkomende aandoeningen
Bij dit ras komen zowel erfelijke aandoeningen met een genetische basis voor als aandoeningen zonder erfelijke grondslag, enkel met een raspredispositie. De Shiba Inu heeft een verhoogd voorkomen van tand- en tandvleesaandoeningen. Bij een combinatie van ongeschikte voeding en gebrek aan beweging komen we vaker obesitas tegen. Ze kunnen ook lijden aan atopische dermatitis, een van de vaak voorkomende allergische aandoeningen. Verder zijn er HD (heupdysplasie), patellaluxatie, een verminderde schildklierfunctie en cataract. Een aandoening die met genetische tests kan worden onderzocht, is gangliosidose type 1 en type 2, die stoornissen van de neuromusculaire functies en van de ontwikkeling en groei van pups veroorzaakt. Bij gewrichtsaandoeningen kan de voeding worden aangevuld met gewrichtspreparaten, bijvoorbeeld Yoggies voor gezonde hondengewrichten met probiotica.
Voeding
De Shiba Inu behoort tot de kleinere tot middelgrote rassen, die voor een optimale ontwikkeling het best als volgt worden gevoed: na het spenen (tussen de 2e en 3e maand) 4 tot 5 keer per dag, van 4 tot 6 maanden 3 keer per dag, en vanaf de 6e maand 2 keer per dag. De voeding van de Shiba moet gebaseerd zijn op kwalitatieve eiwitten, belangrijk voor een ideale dichte vacht. Geschikt is bijvoorbeeld rauwe voeding Yoggies B.A.R.F. 100% rund met probiotica, in combinatie met Yoggies BARF+ bijgerecht bij rauw vlees, of Yoggies Gedroogd bijgerecht met rijstvlokken bij B.A.R.F.-voeding.
Op zoek naar gezonde voeding voor uw Shiba Inu?
Ontdek het complete Yoggies-assortiment: natuurlijk, zonder chemische toevoegingen.
Bekijk onze producten