← Terug naar de Hondenatlas

Duitse herdershond

Duitse herdershond
Hoogte
55–60 cm (teef) / 60–65 cm (reu)
Gewicht
22–32 kg (teef) / 30–40 kg (reu)
Leeftijd
12–15 jaar

Oorsprong en geschiedenis

De Duitse herder, of "wolfshond" zoals hij in de volksmond wordt genoemd, is een van de meest verspreide rassen ter wereld en ongetwijfeld de geliefdste werkhond. Zoals de naam aangeeft, was het fokdoel een hond bestemd voor het bewaken van schapen tegen grote roofdieren en voor het bijeendrijven ervan. Het vermogen om de kudde te verdedigen tegen beren of lynxen vereiste een fors lichaamskader, moed, behendigheid en intelligentie. Zijn ontstaan dankt de Duitse herder aan kapitein Max von Stephanitz, die op 8 april 1899 op een tentoonstelling in Frankfurt de grondlegger van het ras kocht en gebruikte: de hond Horand, die vader was van 53 nesten. In een poging het ras zo zuiver mogelijk te houden met een klein aantal fokdieren, paste de fokker in aanzienlijke mate inteelt toe, wat aan de basis lag van sommige gezondheidsproblemen van Duitse herders.

Karakter

De Duitse herder is een typisch werkras. Deze honden zijn volkomen toegewijd aan hun baasje en diens familie en verdedigen hem in elke situatie. Het zijn geschikte gezinsgezellen. Tegenover vreemden is hij gereserveerd en wantrouwig. De ideale Duitse herder is qua karakter een evenwichtige, zelfverzekerde hond met sterke zenuwen. Hij is goed handelbaar, gehoorzaam en werklustig en kan zich meestal aan uiteenlopende omstandigheden aanpassen. Volgens veel deskundigen behoort hij samen met de Border collie tot de intelligentste hondenrassen. Hij is ook geschikt voor diverse hondensporten. Doorgaans gaat hij goed om met andere dieren in het huishouden, maar hij kan agressief zijn tegenover vreemde honden. Duitse herders zijn uitstekende waakhonden en schrikken met hun imposante voorkomen een ongenode gast betrouwbaar af.

Voor wie is dit ras geschikt?

Het is een hond voor een ervaren en zelfverzekerde eigenaar die voldoende respect bij zijn hond afdwingt. Anders kan een vertegenwoordiger van dit ras een neiging tot dominantie hebben en proberen de leiding in de mens-hondroedel over te nemen. Hij heeft een uitstekende band met "zijn" kinderen en is dus ook geschikt als gezinshond. Zijn eigenaar moet beslist voldoende tijd hebben voor de training en het werken met de Duitse herder, want deze hond moet door zijn intelligentie beziggehouden worden. Ook zijn genen bestemmen hem voor werk. Hij kan in een kennel leven, mits voorzien van een geïsoleerd hok en met voldoende contact met zijn baasje.

Algemene informatie

De Duitse herder behoort tot de grote werkrassen. Het gespierde lichaam heeft een rechthoekig formaat, de kop is wigvormig met goed ontwikkelde kaken. De neusspiegel moet altijd zwart zijn, het dier moet een volledig gebit hebben met een schaargebit. Op de brede, goed ontwikkelde borstkas volgt een licht aflopend kruis, waarop een hangende staart aansluit. Albinisme en in het algemeen pigmenttekort zijn volledig ongewenst. Ook een onevenwichtig karakter is een diskwalificerend gebrek. De vachtkleur zou altijd donker moeten zijn: zwart met aftekeningen, enkel zwart, of wolfsgrijs. Sinds 2011 is ook de langharige variant erkend.

Opvoeding en training

De opvoeding van een evenwichtige Duitse herder met een ideaal karakter vraagt consequentie en een vaste hand van een liefst ervaren eigenaar, al vanaf puppyleeftijd. Als zeer intelligente hond leert hij snel en gemakkelijk en voert graag commando's uit, vooral wanneer de juiste reactie met lof en een geschikte snack wordt beloond. Deze honden zijn niet vatbaar voor obesitas, dus naast trainingssnacks van gedroogd vlees (bijvoorbeeld Yoggies Trainingssnacks voor honden) zijn ook gebakken snacks geschikt, zoals de geliefde Yoggies Originele koekjes voor honden. Qua karakter is het een typische werkhond, en minstens een basistraining is een absolute noodzaak. Het is van nature geen vertrouwende hond, daarom is vroege socialisatie erg belangrijk; verwaarlozing daarvan kan uitmonden in een agressief dier dat zich moeilijk laat inpassen.

Veelvoorkomende aandoeningen

De aanvankelijke nauwe inteelt heeft zich helaas vertaald in een verhoogd voorkomen van veel erfelijke aandoeningen. De Duitse herder neemt qua aantal aandoeningen onbetwist de eerste plaats in op de lijst van rassen. De nodige genetische tests verhogen de kosten van fokkers voor het grootbrengen van pups. Vooral aandoeningen van het bewegingsapparaat komen voor — elleboog- en heupdysplasie, die in een hogere graad een belemmering voor de fok vormen. We zien ook bloedstollingsstoornissen, hartafwijkingen, alvleesklieraandoeningen, epilepsie en tumoren. Vaak komen bij de Duitse herder ook diverse huidaandoeningen voor. Het is een ras waarbij men rekening moet houden met mogelijk hogere kosten voor dierenartszorg.

Voeding

De Duitse herder behoort tot de grote rassen, die voor een optimale ontwikkeling het best als volgt worden gevoed: na het spenen (tussen de 2e en 5e maand) 4 tot 5 keer per dag, van 5 tot 8 maanden 3 keer per dag, en vanaf de 8e maand 2 keer per dag. Hij is ook een van de rassen met aanleg voor maagdilatatie en -draaiing. Preventie van dit potentieel fatale probleem is voeren strikt ná inspanning, tweemaal per dag, gevolgd door minstens een uur rust. Bij gewrichtsaandoeningen kan de voeding worden aangevuld met gewrichtspreparaten, bijvoorbeeld Yoggies voor gezonde hondengewrichten met probiotica. Op lange termijn is ook rauwe voeding geschikt: Yoggies B.A.R.F. 100% vlees met probiotica.

Op zoek naar gezonde voeding voor uw Duitse herdershond?

Ontdek het complete Yoggies-assortiment: natuurlijk, zonder chemische toevoegingen.

Bekijk onze producten