← Terug naar de Hondenatlas

Berner sennenhond

Berner sennenhond
Hoogte
57–66 cm (teef) / 64–70 cm (reu)
Gewicht
32–40 kg (teef) / 40–49 kg (reu)
Leeftijd
7–9 jaar

Oorsprong en geschiedenis

De Berner sennenhond komt uit het Zwitserse kanton Bern. Zijn voorouders kwamen al in de eerste eeuw v.Chr. met de Romeinen naar dit gebied. Het is dus een ras van meer dan tweeduizend jaar oud. Op de almen in de Zwitserse Alpen werd hij gebruikt als veelzijdige boerderijwerkhond: voor het bewaken van schaapskudden, het beschermen van bezittingen en het trekken van karren met lading. Rond de overgang van de 19e naar de 20e eeuw kreeg de Berner sennenhond meer aandacht en verankerden lokale fokkers de standaard. Na de Eerste Wereldoorlog verspreidde het ras zich naar andere Europese landen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog daalde het aantal exemplaren tot een kritiek niveau en stierf de "Berner" bijna uit. Gelukkig lukte het de fok daarna te herstellen, en vandaag behoort hij tot de zeer geliefde rassen.

Karakter

Deze hond heeft altijd een goed humeur en een positieve kijk op het leven. Hoewel het een groot ras is, is hij zeer geliefd om zijn rustige en vriendelijke karakter. Hij is van nature opmerkzaam en gehoorzaam. Hij is helemaal niet agressief en raakt gemakkelijk gehecht, ook aan een vreemde. Daardoor is hij — ondanks zijn formaat en imposante voorkomen — geen goede waakhond. Hij is vriendelijk en gaat ook heel goed om met andere dieren.

Voor wie is dit ras geschikt?

Absoluut ideaal voor hem is een rustige, geduldige persoon die veel tijd met zijn hond kan doorbrengen. Het gelukkigst leeft hij met zo'n eigenaar in een huis met tuin, waar hij een groot deel van de dag buiten kan zijn zonder van zijn baasje geïsoleerd te raken. De Berner sennenhond is sterk gehecht aan zijn menselijke roedel en heeft voortdurend contact nodig. Hij kan in een geschikte omgeving buiten leven, maar mag niet alleen gelaten worden. Hij houdt van kinderen, van wie hij zelfs lastig gedrag verdraagt, en is daarom een uitstekende gezinshond. Met andere dieren gaat hij probleemloos om.

Algemene informatie

Als hond die tot de grote tot reuzenrassen behoort, ontwikkelt zijn persoonlijkheid zich langzaam en gedurende langere tijd. Ook gezien zijn formaat is vroege socialisatie erg belangrijk, zodat hij uitgroeit tot een evenwichtig en rustig dier. Hij verdraagt kou zeer goed en houdt van sneeuw. Zomerse hitte is daarentegen een kwelling voor hem; stel hem niet bloot aan hoge temperaturen. Deze eigenschappen komen door zijn lange, dichte vacht. Die is prachtig, maar vraagt regelmatig onderhoud — in de ruiperiode dagelijks borstelen. Vaak baden is ongewenst, en deze hond zoekt het water ook niet op. De vacht is zeer kleurrijk: de basiskleur is zwart, met bruine en rode aftekeningen en witte tekens.

Opvoeding en training

Deze grote hond is van nature opmerkzaam, goed handelbaar en gehoorzaam. Door zijn intelligentie en karakter is hij niet moeilijk op te voeden en te trainen. Hij is geen "taaie rakker"; de training moet via een positieve weg en met beloningen verlopen. Met straffen lukt het bij dit ras niet. Het is een hond die geschikt is voor een beginnende eigenaar, mits met zorgvuldige voorbereiding en kennis van de behoeften van het ras. Deze honden zijn vatbaar voor obesitas, dus geef bij voorkeur trainingssnacks van gedroogd vlees, bijvoorbeeld Yoggies Trainingssnacks voor honden.

Veelvoorkomende aandoeningen

In vergelijking met andere rassen van vergelijkbaar formaat wordt de Berner sennenhond minder oud. De oorzaak zijn de vele aandoeningen die bij dit ras vaker voorkomen dan bij andere. Vaak zijn er groeiproblemen van het bewegingsapparaat, vooral van botten en gewrichten. In de groei- en ontwikkelingsperiode is het erg belangrijk de beweging te reguleren en hem niet te overbelasten. Tot de belangrijkste doodsoorzaken behoren verschillende vormen van kwaadaardige tumoren, die bij de Berner sennenhond vaker voorkomen dan bij andere rassen.

Voeding

De Berner sennenhond behoort tot de grote rassen, die voor een optimale ontwikkeling het best als volgt worden gevoed: na het spenen (tussen de 2e en 5e maand) 4 tot 5 keer per dag, van 5 tot 9 maanden 3 keer per dag, en vanaf de 9e maand 2 keer per dag. Hij is ook een van de rassen met aanleg voor maagdilatatie en -draaiing. Preventie van dit potentieel fatale probleem is voeren strikt ná inspanning, tweemaal per dag, gevolgd door minstens een uur rust. Bij gewrichtsaandoeningen (HD of degeneratieve veranderingen) kan de voeding worden aangevuld met gewrichtspreparaten, bijvoorbeeld Yoggies voor gezonde hondengewrichten met probiotica. Op lange termijn is ook rauwe voeding geschikt: Yoggies B.A.R.F. 100% vlees met probiotica. De Berner sennenhond heeft ook neiging tot overgewicht, dus houd zijn voerportie zorgvuldig in de gaten.

Op zoek naar gezonde voeding voor uw Berner sennenhond?

Ontdek het complete Yoggies-assortiment: natuurlijk, zonder chemische toevoegingen.

Bekijk onze producten