← Terug naar de Hondenatlas

Australische herdershond

Australische herdershond
Hoogte
46–51 cm (teef) / 51–58 cm (reu)
Gewicht
18–23 kg (teef) / 19–25 kg (reu)
Leeftijd
11–14 jaar

Oorsprong en geschiedenis

Deze kleurrijke hond komt uit de westelijke staten van de VS, waar hij werd gefokt als werkhond voor het hoeden van schapen, koeien en paarden. Sommige van zijn voorouders kwamen via Australië naar Amerika, vanwaar schapen werden ingevoerd — daar ligt waarschijnlijk de oorsprong van de naam. Het is een vrij jong ras: de eerste fokkersclub werd in 1957 in de VS opgericht, en de FCI erkende de Australische herder pas officieel in 2007. Door de uitgesproken werkbestemming was het uiterlijk bij het fokken geen prioriteit, en daarom bestaan er tegenwoordig veel kleurvarianten van de "Aussie". Tegelijk is het een hond met aanzienlijke intelligentie, bruisend van energie en uithoudingsvermogen.

Karakter

De Australische herder staat altijd klaar om de commando's van zijn baasje, dat hij eert en bemint, uit te voeren. Als herders- en hoedhond die bij zijn werk moest nadenken, heeft hij echter een neiging tot een zekere zelfstandigheid. Tegenover vreemden is hij eerder gereserveerd. Met andere honden gaat hij goed om. Door zijn herdersaanleg heeft hij de neiging honden en mensen samen te drijven en te bewaken, wat buiten een werksituatie meestal niet gewenst is. Hij onderwerpt zich gemakkelijk en leert snel, en daarom is het tegenwoordig een steeds populairdere gezinshond. Wie een Australische herder wil, moet zich wel bewust zijn van zijn enorme energie en temperament, die deze hond zinvol moet kunnen uiten.

Voor wie is dit ras geschikt?

De ideale hond voor een actief gezin. Net als andere herdershonden heeft dit ras veel beweging en bezigheid nodig. Lange wandelingen alleen volstaan niet; net als de Border collie moet hij beziggehouden worden met taken, om zich niet te vervelen en zijn temperament te bevredigen. Het is beslist geen kennelhond; als contactdier moet hij in de nabijheid van zijn baasje leven. Ideaal voor hem is een huis met tuin. Krijgt zijn geest en lichaam te weinig prikkels, dan kan hij destructief en blafferig worden. Het gelukkigst — en wellicht zeer succesvol — is hij in hondensporten, vooral hoeden, frisbee of agility.

Algemene informatie

De Australische herder behoort tot de middelgrote rassen en bereikt eerder de bovengrens van de hoogte bij een vrij licht lichaam. Hij heeft een wendbaar, soepel en gespierd lichaam. De staart kan van nature kort of gecoupeerd zijn. De kop is in verhouding tot het lichaam, licht gewelfd, met een sterk schaargebit. De vacht met stevige ondervacht is glad of licht golvend. De populariteit wordt versterkt door het grote kleurengamma: vier basiskleuren bieden in combinatie met aftekeningen tot 16 mogelijke varianten. Even variabel zijn de oogkleuren — toegestaan zijn blauw, bruin, amber en elke combinatie daarvan, inclusief vlekken en marmering.

Opvoeding en training

De Australische herder is zeer leergierig, maar leert verkeerde dingen helaas even snel als de juiste. Hij werkt graag, onderwerpt zich bereidwillig en gehoorzaamt zijn baasje. Zijn opvoeding vraagt geduld, oplettendheid, consequentie en veel begrip en empathie. Als herdershond heeft hij een zekere zelfstandigheid behouden, en door zijn intelligentie voelt hij snel de zwakke plekken van zijn baasje aan en benut die in zijn voordeel. Hij heeft sterke hoed- en bewaakinstincten en jaagt en drijft alles wat beweegt samen. Vooral tijdens wandelingen moet men deze hond onder controle houden. Begint de "Aussie" met een goed gemotiveerde eigenaar vroeg met een hondensport, dan is hij daarin meestal zeer succesvol.

Veelvoorkomende aandoeningen

Australische herders zijn doorgaans vrij gezonde honden. Toch komen heup- en elleboogdysplasie, idiopathische epilepsie, oogaandoeningen, doofheid of een verminderde schildklierfunctie er wat vaker bij voor. Een andere aandoening van het bewegingsapparaat is osteochondrosis dissecans (OCD), waarbij de ontwikkeling van het kraakbeen in sommige gewrichten verstoord raakt. Treden deze klachten op, dan kan de voeding worden aangevuld met gewrichtspreparaten, bijvoorbeeld Yoggies voor gezonde hondengewrichten met probiotica. Op lange termijn is ook rauwe voeding geschikt: Yoggies B.A.R.F. 100% vlees met probiotica.

Voeding

De "Aussie" behoort tot de middelgrote rassen, die voor een optimale ontwikkeling het best als volgt worden gevoed: na het spenen (tussen de 2e en 3e maand) 4 keer per dag, van 4 tot 9 maanden 3 keer per dag, en vanaf de 9e maand 2 keer per dag. Australische herders zijn niet erg vatbaar voor obesitas of allergieën, dus hun voeding moet vooral kwalitatief zijn, idealiter met veel eiwit en weinig granen. Het hoge energieverbruik vraagt een zorgvuldige voerkeuze. Voor een sportief ingezette hond zijn de speciaal voor actieve honden ontwikkelde, koudgeperste brokken Yoggies Active met eend en wild ideaal. De snackkeuze zou zeker gedroogd vlees moeten omvatten, zoals Yoggies Gedroogd rund- of kalkoenvlees, of Yoggies gevriesdroogd vlees.

Op zoek naar gezonde voeding voor uw Australische herdershond?

Ontdek het complete Yoggies-assortiment: natuurlijk, zonder chemische toevoegingen.

Bekijk onze producten